Korte geschiedenis van de roeisport

De roeisport, een traditie

Ongeveer 2000 jaar geleden ontdekten de Grieken dat een roeiriem bevestigd aan de romp van een boot efficiënter was dan het gebruik van een losse paddel. Toen was roeien nog geen sport, maar overleven aan boord van een oorlogsschip. Eigen aan de menselijke natuur ontstonden er al gauw wedstrijden van zodra er meer dan 1 boot op het water verscheen.

Alhoewel de Oude Grieken reeds roeiden op bewegende bankjes, gebruikten roeiers tot aan het begin van de 19e eeuw enkel hun bovenlichaam en armen. Roeiers van Harvard ontdekten dat hun met vet ingesmeerde lederen broek hen toeliet naar voor en achter te bewegen en dat ze op die manier meer kracht konden uitoefenen op hun roeiriem. Het resultaat was een verpletterende overwinning op hun eeuwige rivaal Yale die hun toevlucht zochten in het eten van 'cereals'. Gelukkig voor de huidige roeiers hield Yale reeds het daaropvolgende jaar de voedsel oplossing voor bekeken en gebruikten houten rollers, de voorlopers van de hedendaagse 'slides'.

45.jpg

De Oost-Vlaamse roeiclubs

1846

Reeds in 1846 werd in Gent een watersportvereniging gesticht, de 'Société des Régates', die zowel de zeil- als de roeisport beoefende. Hetzelfde jaar hield ze reeds een roeiwedstrijd, die kaderde in de toen pas opgestarte Gentse Feesten. In 1851 werd een clublokaal aan het Handelsdok gebouwd. Alhoewel de vereniging vooral focuste op haar 'Venetiaanse Waterfeesten' organiseerde ze zeker tot in 1865 geregeld roeiwedstrijden. Hoe en waarom deze vereniging verdween weten we (nog) niet.

1871

Enkele jaren later wordt Club Gent gesticht. Deze vereniging is de eerste drie jaar gevestigd in de Vledermuis, een 'guingette' aan de Bijlokekaai (thans de Henleykaai), vervolgens aan de Waldamkaai, tot er in 1890 aan de Henleykaai een eigen loods gebouwd werd (een 300 meter verder stad uitwaarts van de Vledermuis). Ze blijft er tot in 1961, het jaar waarin het huidige lokaal aan de Watersportbaan in gebruik wordt genomen. Op te merken valt dat Club Gent aanvankelijk zwart en wit als kleuren had. Pas in 1893 werd de volledig witte uitrusting voorzien van een rood randje, maar het is wachten tot in 1908 vooraleer de verenigingsvlag rood en wit gekleurd werd.

1880

In 1880 wordt er in Aalst een roeivereniging opgericht onder de naam Sport Nautique. Na enkele jaren verdwijnt deze vereniging reeds want bij de stichting van de Belgische Roeibond in 1887 is er geen sprake meer van.

1883

In 1883 volgt de stichting van Sport Gent. Ook Sport Gent vestigt zich eerst in de Vledermuis, huurt vervolgens een loods aan de Kleine Huidevettershoek en dan een jaar aan de Lindenlei. In 1888 wordt een loods aan de Eindewere (waar toen aan de achterkant de Leie liep) betrokken. In 1906 werd de loods aangekocht en het volgende jaar vervangen door een nieuwe, waar Sport Gent bleef tot in 1961 het huidige lokaal aan de (in 1955 aangelegde) Watersportbaan in gebruik genomen werd.

1885

Amper twee jaar later, in 1885, werd een derde roeivereniging in Gent opgericht, de 'R?gates Gantoises'. Haar loods was gelegen aan de Elyzeese Velden. Na aanvankelijke successen (vooral in 1890) ging deze vereniging door onderlinge twisten ten onder en verdween in 1894. In 1906 werd ze echter opnieuw opgericht, met andere bestuurders en met gebruik van de Vlaamse naam Gentsche Regatten. Ze vestigde zich toen aan de Martelaarslaan (waar toen de Leie achter liep), dichtbij de loods van Sport Gent. Haar uitslagen waren redelijk goed, maar beduidend minder dan Club en Sport. Na de eerste wereldoorlog werden de activiteiten niet hernomen.

1887

In 1887 werd in Dendermonde een roeivereniging gesticht onder de naam Club Nautique. Reeds in 1894 werden de activiteiten aldaar gestaakt. In 1955 was er wel een poging van de plaatselijk Yachtclub om met roeien te starten, maar blijkbaar is dat niet gelukt.

1888

In 1888 werd in Lokeren de 'Roeivereeniging Water en Wind' gesticht. Het opmerkelijke was de Nederlandstalige naam. Pas vijftig jaar later zou er nog eens een Vlaamse roeiclub met een Nederlandstalige naam opgericht worden en pas in 1959 werd voor het eerst een Vlaamse club met Franse naam vernederlandst (KR Brugge). Maar ook in Lokeren was 1894 een fataal jaar, want van dan af was er geen Water en Wind meer.

1890

In 1890 ging in Gent ging een vierde roeivereniging van start, met name Rowing Club de Gand. Als enige vestigde zij zich niet aan de Leie, maar aan de Schelde, meer bepaald aan Ter Platen. Deze roeiclub had meteen een denderend succes en was reeds in 1891 de vijfde beste club in België (Sport Gent werd dat jaar zesde). Maar het ging even snel bergaf en reeds in 1894 (een verduiveld jaar blijkbaar) hield Rowing Club het voor bekeken. Een van hun bestuursleden was Jacques Haller (grootvader), die later bij Club Gent zeer verdienstelijk was.

1938

Er werden tussen 1880 en 1890 maar liefst zes roeiverenigingen in Oost-Vlaanderen opgericht (waarvan enkel Sport Gent is blijven bestaan), en dan is het bijna vijftig jaar wachten op een nieuwe roeivereniging. In 1938 wordt in Geraardsbergen de Roeiclub Triton gesticht. Deze vereniging bleef op competitief vlak een onopvallende middenmoter tot zij in 1975 verdween. Vanaf toen was het Oost-Vlaamse roeien opnieuw beperkt tot Gent.

1965

In 1965 ontstaat er heibel in Club Gent, waardoor een groot aantal leden zich afscheuren en na een mislukte poging om bij Sport Gent aan te sluiten, de Gentse Roei- en Sportvereniging oprichten. De erkenning door de Roeibond verliep niet van een leien dakje, zodat de 'Gentse Rebellen Sociëteit', zoals de GRS toen lachend genoemd werd, het eerste jaar op papier een afdeling was van Sport Nautique Antwerpen (in 1989 deel van de fusieclub RARC-KAWV) en moest roeien onder de Antwerpse kleuren. Daarna koos de GRS de zwart-witte kleuren. De GRS vond eerst onderdak in een gebouwtje aan de Leiearm van Ekkergem die de Watersportbaan kruist, met adres Aan de Bocht, tot in 1984 het huidige lokaal aan de overkant (Vissersdijk) kon gebouwd worden.

1969

In 1969 werd de Gentse Universitaire Sportbond als afzonderlijke roeivereniging erkend. Voordien was er bij gelegenheid wel een universitaire roeiploeg maar enkel met leden van bestaande verenigingen. Er werd gebruik gemaakt van de lokalen van Sport Gent. De activiteiten werden gestaakt in 1976 (bij gebrek aan leden).

1979

Van 1960 tot 1982 bestond er een roeivereniging voor veteranen, die in Brussel was gevestigd onder de naam Veteran Scullers and Oarsmen of Belgium. In 1979 beslisten de Vlamingen een eigen vereniging op te richten onder de naam 'Vlaamse Veteranen Roeiers'. Deze werd te Gent gevestigd, in het lokaal van GRS. In 1984 werd de naam veranderd in Vereniging Veteranen Roeiers met behoud van het letterwoord VVR. In 1985 werd het lokaal overgebracht naar dat van Club Gent, maar in 2002 werd er terug naar het GRS lokaal verhuisd, waar een eigen loods gebouwd werd.

2005

Vanaf het najaar 2004 roeien Gentse studenten opnieuw in eigen verband, wat begin 2005 aanleiding gaf tot een nieuwe vereneniging onder de naam Studentenroeien Gent (SRG). Deze vereniging heeft geen eigen lokaal en maakt gebruik van zowel de installaties van VVR/GRS als van Club Gent. In 2006 werd de vereniging opgenomen in de Vlaamse Roeiliga.

2005

Nog in 2005 ontstond er voor het eerst in dertig jaar enig Oost-Vlaams roeiactiviteit buiten Gent. De dorpsgemeenschappen van Eine en Ename beslisten immers om jaarlijks een roeiwedstrijd op de Schelde te houden. De trainingen gaan door met begeleiding en materiaal van Club Gent. In 2005 was er een wedstrijd tussen herenachten, in 2006 werd dit uitgebreid met een wedstrijd tussen dames vieren. Vooralsnog geen nieuwe roeivereniging, maar zeker het vermelden waard. Oost-Vlaanderen heeft dus dertien roeiverenigingen gekend, waarvan acht in Gent. Slechts vijf ervan (alle Gentse) bestaan nog, maar ze zijn gelukkig nog allemaal springlevend en toonaangevend voor de Belgische roeisport.

De bootjesvaring op Terdonk 1882 - 1956

Een hoogdag op Terdonk was Onze-Lieve-Heer-Hemelvaart. Op die dag liep heel Gent leeg en stroomden de kanaaldijken vol voor de bootjesvaring. De regatten tussen Bagatelle en Terdonk werden voor het eerst georganizeerd in 1882 door Gustave de la Violette-Hauff, voorzitter van de Gentse roeivereniging Club Nautique, gesticht in 1871. Deze wedstrijden verhuisden in 1956 naar de nieuw gegraven Watersportbaan.

De allereerste wedvaerten in Gent werden reeds op 5 juli 1846 op het Handelsdok gehouden als sluitstuk van de vierde Gentse Feesten. De galerij van het Entrepot deed dienst als tribune. De prijzen werden aan de eigenaars of huurders van de boten toegekend, al werd het werk door gehuurde matrozen verzet. Ook met den schoonsten tenue viel er wat te verdienen. Later bouwde de Société des Régates Gantoises er een paviljoen. Aan dat alles herinnert nog de Regattenlaan tussen de Ham en het Dok.

De wedstrijd in Terdonk werd snel een internationaal bekende manifestatie die de naam van het Belgische Henley verwierf toen hij in 1905 uitgroeide tot een volledige sportdag met roeien en zeilen. Het volgende jaar kwam prins Albert de 25e editie bijwonen; het werd een topjaar. Na het einde van de wedstrijden werden de treinen met bestemming Gent letterlijk bestormd en ingenomen. Er was een bijzondere wacht gendarmes nodig om de orde in het station te handhaven.

Later kwamen de besturen van de Club Nautique en de Sport Nautique (gesticht in 1883) samen en besloten een gemeenschappelijke ploeg te sturen naar het Engelse Henley. De Gentenaars wonnen er de slotkoers van de achtriemen met drie lengtes voorsprong. Het leverde de (meer burgerlijke) Club de titel van koninklijke maatschappij op. Het volgende jaar sleepten de Gentse roeiers opnieuw de Grand Challenge Cup in de wacht. In 1907 triomfeerden ze voor de derde keer. Als aandenken aan deze overwinningen werd de kaai langs de Gentse Leie waar de Club haar lokaal vestigde, Henleykaai genoemd.

De roeisport werd razend populair in Gent :
"Le public se rend en foule a Cluysen; la Compagnie de Gand-Terneuzen met en marche une série de trains spéciaux, un service extraordinaire de bateaux à vapeur est organisé a cette occasion, et lorsque le temps est favorable, tout ce que Gand compte de voitures, chars à bancs, breaks, autos et vélos est mis en branle pour faire la jolie promenade de Gand a Terdonck. Il n'est pas rare de voir vingt à vingt-cinq milles personnes se rendre à Cluysen - Terdonck le jour de l'Ascension."

Ook de Gentse onderwijzer E.J. De Groote beschreef deze jaarlijkse uitstap in zijn bundel haven-herinneringen:

"'s Morgens hadden de zeilwedstrijden plaats en 's namiddags de roeiwedstrijden. Op de westelijke oever van het kanaal ligt het station van Terdonk, waar toen de gieken voor de wedstrijden per spoor aankwamen, alsook een groot gedeelte van de toeschouwers; langs die kant werd tevens de tribune opgericht. Tot de oostelijke oever had het publiek gratis toegang en langs daar lagen ook de jachten gemeerd. De beide Gentse verenigingen, die in het roeien de strijd aanbonden tegen binnenlandse en buitenlandse ploegen, waren de Sport Nautique en de Club Nautique; en de twee bekendste roeiers heetten Visser en Molmans, beiden van de Sport. Als die twee op de roeibaan verschenen in tweeriemsgiek met stuurman, waarbij Visser slag en Molmans boeg was, dan verwachtte men algemeen dat deze beide roeiers de overwinning zouden behalen, wat dan ook meestal gebeurde. Ze kwamen ook uit in de vier-, en eveneens de achtriemsgiek, maar geen namen waren in het Gentse zo algemeen bekend als Visser en Molmans."

Bron: tekst van Daniël Vanacker in het boek "Langs Het Kanaal" uitgegeven in opdracht van de nv Scheepswerven van Langerbrugge in 1982, extra foto's archief Sport Gent.
terdonk2_tn.jpg
terdonk3_tn.jpg

Het Belgisch roeien tijdens de tweede wereldoorlog

Waar tijdens de eerste wereldoorlog alle roeiactiviteiten stil gelegd waren, werd tijdens de tweede wereldoorlog de roeisport toch zo goed mogelijk beoefend, wat mag blijken uit dit overzicht.

Tot 10 mei 1940, dag van de Duitse inval in België, gingen de wedstrijden normaal door. Zo had nog op 2 mei 1940, Hemelvaartdag, de toen belangrijkste wedstrijd van het jaar plaats, de regatta van Terdonk (op het kanaal Gent-Terneuzen). De publieke belangstelling en het niveau van de roeiers hadden wel duidelijk te lijden onder het feit dat sinds september 1939 de meeste jonge mannen gemobiliseerd waren.

Door de inval werden alle sportactiviteiten uiteraard stil gelegd. Niet alleen waren de roeiers, trainers en bestuurslui krijgsgevangen of civiele vluchteling, maar waren ook heel wat botenloodsen van roeiverenigingen zwaar beschadigd of vernield door de gevechten, ondermeer in Oostende, Brugge, Antwerpen, Mechelen en Brussel. Pas op 1 december 1940 werd voor het eerst weer een bestuursvergadering van de Belgische Roeibond gehouden.

Dit belette niet dat in de zomer van 1940 lokaal al wat activiteiten hernomen werden. Er werd in Gent zelfs een wedstrijd gehouden, met name de 'match'. Sinds 1930 greep er immers jaarlijks in september een wedstrijd plaats op de Brugse Vaart te Mariakerke tussen de achten van Club en Sport Gent. Ook in 1940 werd deze toch gehouden, zij het over een ingekorte afstand (900 meter in plaats van 2.350 meter). Club Gent, dat in 1939 voor het eerst in 18 jaar Belgisch kampioen geworden was, won.

Op 26 april 1941 besliste het bestuur van de Belgische Roeibond dat officiële wedstrijden konden gehouden worden, mits een hele reeks beperkingen. Zo werd de afstand terug gebracht tot 1.000 meter, mochten er geen schiftingen zijn, waren jeugdwedstrijden geen snelheidswedstrijden maar behendigheidswedstrijden, waren er vooraf medische controles, mochten geen bekers uitgereikt worden, enz.

Ook werd er beslist om in de plaats van de Belgische Kampioenschappen Federale Kampioenschappen te houden. In 1941 grepen die plaats op 3 augustus in Brussel. De match Club-Sport, die een eigen organisatiecomité had en dus niet gebonden was door de regels van de Roeibond, werd op 6 september 1941 geroeid over 1.500 meter.

De wedstrijdkalender van 1942 voorzag slechts 7 regattas. Die van Terdonk werd verplaatst naar Langerbrugge (dichter bij Gent). De federale kampioenschappen hadden op 19 juli plaats, opnieuw in Brussel.

Op 21 februari 1943 werd beslist dat seniorwedstrijden mochten doorgaan over 1.500 meter. Op 10 juli 1943 werd beslist dat iedere roeivereniging met Belgische kampioenen twee ervan zou aanduiden op een aan het Olympisch Comité te bezorgen lijst om te verhinderen dat deze zouden opgeëist worden voor de tewerkstelling in Duitsland.

De federale kampioenschappen grepen plaats op 25 juli 1943 te Gent (Meulestede) in een organisatie van Sport Gent. Deze wedstrijden zijn dan ook meegerekend in de telling van de regatta van Sport Gent. De wedstrijden werden door een luchtalarm onderbroken, wat niet belette dat op tien minuten na het uurrooster werd gerespecteerd. Het was dan ook een organisatie van de Sport...

Op 24 oktober 1943 hield de Roeibond een geheime buitengewone algemene vergadering waarbij beslist werd iedereen uit te sluiten die zou meedoen aan een niet door de Roeibond georganiseerde wedstrijd. Dit was om te verhinderen dat roeiwedstrijden zouden georganiseerd worden door het Sportcommissariaat, een orgaan van de collaborende administratie.

Op 19 april 1944 werd beslist alle roeiwedstrijden op te schorten, gelet op het toenemend gevaar door de intense bombardementen en de transportmoeilijkheden. Dit belette niet dat het roeiverenigingen vrijstond, op eigen risico, intieme regatta te houden. Sport Gent heeft zo nog drie wedstrijden georganiseerd, de laatste op 20 augustus 1944, amper twee weken voor de bevrijding.

Pas in de zomer van 1945, na het definitief einde van de oorlog, werden er opnieuw wedstrijden gehouden, met ondermeer op 22 juli 1945 de regatta in Meulestede, gezamenlijk door Club en Sport Gent georganiseerd. Op 15 september 1945 werd ook de match opnieuw gehouden (helaas gewonnen door Club).

Vanaf 1946 was het roeiseizoen opnieuw volwaardig met ondermeer het hervatten van de regatta van Terdonk en de Belgische Kampioenschappen.

Belgische roeiers op de Olympische Spelen

Lijst van de Belgische Olympische roeiers

Athene 1896

Reeds op de eerste moderne Olympische Spelen, die van 1896 in Athene, waren er roeiwedstrijden. Het roeien behoort aldus tot de tien sporten die van in het begin Olympisch waren. De roeiwedstrijden (1x, 2x en 4+) waren voorzien in de baai van Zea over 2.000 meter in vier banen, en enkel voor heren (dames moesten nog 80 jaar wachten). Door aanhoudend slecht weer en de te hoge zee werden de wedstrijden echter afgelast! Hoe dan ook was er geen Belgische deelname voorzien (evenmin als in de andere disciplines).

Parijs 1900

Op de Spelen van Parijs 1900 waren er roeiwedstrijden voorzien in 1x , 2+, 4+ en 8+ op een baan van 1.750 meter op de Seine in Courbevoie. De deelnemers waren niet echt nationale ploegen maar clubteams die hun land (in totaal acht) vertegenwoordigden. Als enige Belgische ploeg deed Club Gent mee, die zilver behaalde in de 8+. Er waren ook juniorwedstrijden (met o.m. goud voor Union Nautique Brussel in 8+), doch deze wedstrijden werden niet erkend door het IOC. Saint-Louis 1904De Spelen van 1904 werden gehouden in St-Louis, met roeiwedstrijden op het Crève-Coeurmeer in 1x, 2x, 4- en 8+ over een afstand van twee mijl (3.218 m.). Omdat op één Canadese boot na alle deelnemers Amerikanen waren heeft het IOC deze wedstrijden uiteindelijk niet erkend.

London 1908

De Spelen van 1908 werden georganiseerd in Londen, zodat het roeien vanzelfsprekend doorging op het heilige water van Henley-on-Thames over een afstand van 1,5 mijl (2.413 meter). Traditioneel wordt er daar per twee geroeid volgens het knock-out systeem. De verliezers van de halve finales roeiden niet tegen elkaar zodat er officieel geen bronzen medaille was. In de tabellen werd de beste verliezer wel als derde gerangschikt. Merkwaardig is dat ook de tweede geen medaille kreeg. Het goud was immers voor de roeiers van de winnende ploeg en het zilver voor de stuurman. Er werd geroeid in 1x, 2+, 4- en 8+. Negen landen namen deel die elk twee teams mochten inschrijven. België deed mee in skiff met Joseph Hermans van CRB, die niet door de schiftingen kwam, en in 8+ met een ploeg van Club Gent, die, zoals in Parijs, de tweede plaats behaalde. Oscar Desomville en Rodolphe Poma waren de enige roeiers die ook tot het team van 1900 behoorde. Op te merken valt dat een door de kabinetchef van de koning gesteunde poging om, in navolging van Henley 1906 en 1907, een combinatieploeg Club-Sport te zenden mislukte. Wellicht was er dan goud gehaald …

Stockholm 1912

Tijdens de Spelen van 1912 in Stockholm werden de roeiwedstrijden gehouden in Djurgärdsbrunnviken over 2.000 meter, wat vanaf toen de Olympische afstand werd. Er waren wedstrijden in 1x, 4+, 8+ en (voor de enige maal) 4+ zonder uitleggers. Veertien landen namen deel met Belgen in de skiff en de gestuurde vier. Polydore Veirman van Club Gent behaalde zilver in skiff. De 4+ was van Sport Gent met Guillaume Visser, Georges Vanden Bossche, Edmond Van Waes, Georges Willems en stuurman Neytens, die in de tweede ronde sneuvelden.

Antwerpen 1920

De Olympische Spelen van 1920 werden te Antwerpen gehouden, maar omdat er daar geen geschikte wedstrijdbaan was (het Albertkanaal was nog niet gegraven) gingen de wedstrijden door op het kanaal in Brussel aan Marly tegenover de clubhuizen van Royal en Union. De disciplines waren nu 1x, 2+, 2x, 4+ en 8+, met veertien deelnemende landen. België deed mee in iedere wedstrijd, telkens met een homogene clubploeg. In skiff was dat Jacques Haller van Club Gent. Sport Gent leverde de 2+ met de gebroeders Oscar en Georges Vandenbossche en stuurman René Van Damme. In de dubbeltwee streed een ploeg van RSN Brussel, in vier Club Gent en in acht CR Brussel. Alhoewel het voor de Belgen een thuismatch was en er aan alle wedstrijden werd deelgenomen, geraakte geen enkele ploeg door de schiftingen.

Parijs 1924

De Olympische Spelen van 1924 werden weer in Parijs georganiseerd, maar de roeiwedstrijden werden nu gehouden in Argenteuil en betwist in vier banen. Zestien landen vaardigden roeiers af. Er waren zeven disciplines voorzien: 1x, 2-, 2+, 2x, 4-, 4+ en 8+, wat zo zou blijven tot en met de Spelen van 1972. Belgen namen deel aan elk van de drie wedstrijden met gestuurde boten maar haalden geen enkele finale. Nochtans was voor het eerst met mixte ploegen gewerkt. De 4+ bestond uit roeiers van Meuse en van UN Luik, de acht uit Club en Sport Gent. Voor Sport waren dat Robert Swartelé, Albert Geinger, Hippolyte Schouppe en Léon Lippens. De 2+ was wel homogeen en wel van Sport Gent met Eugène Grabriëls en Alphonse De Wette en stuurman Maurice Delplancke.

Amsterdam 1928

Op de Olympische Spelen van 1928 te Amsterdam werden de roeiwedstrijden gehouden aan de Ringvaart bij Sloten met slechts twee banen, zodat het knock-out systeem van Henley werd toegepast. Nu werden er wel wedstrijden voor de bronzen medaille gehouden. Het aantal deelnemende landen was gestegen tot 21. De Belgen waren er in alle disciplines bij behalve de 4-, dus waren er 22 Belgische atleten met 6 teams, de grootste delegatie ooit. De teams waren opnieuw homogene clubploegen. Brons werd gehaald in de 2+ van Union Nautique Brussel met Léon Flament, François De Coninck en stuurman Georges Anthony. Het tweede beste resultaat voor België werd behaald door een ploeg van Sport Gent in de 4+ met Jean Bauwens, Theo Wambeke, Alphonse De Wette, Charles Van Son en stuurman Maurice Delplancke, die vijfde eindigden (op elf deelnemers). De overigen overleefden de schiftingen niet, te weten de skiffeur van Meuse, de par-oar van CRB, de dubbeltwee van KRB en de acht van Meuse.

Los Angeles 1932

Op de Spelen van Los Angeles in 1932 vonden de roeiwedstrijden plaats op de nieuwgebouwde roeibaan van Long Beach. Er werd geroeid in vier banen. Er waren geen Belgische deelnemers. Amper dertien landen namen deel.Berlijn 1936Op de Spelen van 1936 te Berlijn werd er geroeid op de roeibaan van Grünau, met, voor het eerst, zes wedstrijdbanen. Er waren 23 deelnemende landen. Belgen waren er in 2- met de Antwerpenaren Thissen en Van Herck en in 4+ met de legendarische big boys René Vingerhoet, Paul Siebels, Willy Collet, Jean de Rode en stuurman Henri Peeters, toen van Vilvoorde, later van Royal. Beide ploegen gingen er in de schiftingen uit.

London 1948

Tijdens de Spelen van Londen in 1948 werd er opnieuw geroeid in Henley, de enige plaats waar tot dusver twee maal Olympisch geroeid is. Er waren nu drie banen. Voor het eerst op Olympische roeikampioenschappen werden de wedstrijdbanen met boeien afgebakend. Belgen namen deel aan de 2- (Van Antwerpen en Rosa) en 2x (Ben Piessens en Willy Collet, twaalf jaar na Berlijn), doch bereikten geen finale.

Helsinki 1952

Op de Spelen van Helsinki in 1952 werd er geroeid in Meilhati, waar vijf banen waren. Eenendertig landen namen deel. In liefst vijf disciplines (1x, 2+, 2-, 2x en 4-) kwamen er Belgen aan de start, hetzij 12 atleten waarvan 10 uit Antwerpen. Een ploeg, de ongestuurde twee met Michel Knuysen en Robert (Bob) Baetens (beiden van Antwerp Sculling - nu ARV), haalde niet alleen de finale maar zelfs de zilveren medaille. Hun clubgenoten Jacobs en Mattelé met stuurman Van Dooren bereikten de halve finale. De overige drie teams haalden de tweede ronde. Tot nu toe de beste collectieve prestatie op een olympiade.

Melbourne 1956

Op de Spelen van 1956 te Melbourne werd er op het Lake Wendooree in vier banen geroeid. Het aantal deelnemende landen daalde tot vijfentwintig. Belgische deelnemers waren er in elk van de drie disciplines met twee roeiers. In 2+ bereikten de gebroeders Antoon en Lieven Ven met stuurman Van Thillo de halve finale. Knuysen en Baeten traden opnieuw aan in 2- maar sneuvelden nu in de schifting evenals de Oostendse broers Henri en Fernand Steenacker in dubbeltwee.

Rome 1960

Vanaf de Spelen te Rome in 1960 werd er steeds op zes wedstrijdbanen geroeid. Er waren 33 deelnemende landen. Op het Lago Albano waren voor het eerst de boeien met elkaar verbonden waardoor ze op een perfecte lijn lagen, tot op heden gekend als het Albanosysteem. Belgen namen deel aan de 2+ met de Oostendenaars Bollenberg, Luca en stuurman Pollet (uitgeschakeld in de schiftingen) en de 2x met de Luikenaars Higny en Lemaire (die de finale bereikten en daar zesde eindigden).

Tokyo 1964

De Spelen te Tokyo in 1964 lieten de roeiers aan het werk op de Toda roeibaan. Achtentwintig landen namen deel. Voor het eerst werden er ook B-finales geroeid, waarin voor de 7e tot de 12e plaats gestreden werd. Zo kunnen we melden dat de enige Belgische ploeg (een Antwerps-Luikse combinatie in de 2x) negende eindigde. Een wellicht veel betere prestatie had bereikt kunnen worden indien de 4- niet thuisgehouden was. Deze ploeg (met o.m. Dirk Rynwalt van Sport Gent en de gebroeders Lenders, toen nog van Club Gent) was vierde geëindigd in Luzern en had op het Europees Kampioenschap in Amsterdam de Britten geklopt (die in Tokio zilver haalden!). De niet-selectie had niets met roeien te maken maar met bepaalde evenwichten die het BOIC toen hanteerde waardoor voorrang gegeven werd aan een hockeyploeg.

Mexico 1968

Op de Spelen van 1968 in Mexico werd er geroeid op de Virgilio Uribebaan te Xochimilco. De enige Belg, de Brusselaar Claude Dehombreux (die uiteraard in skiff roeide), raakte niet door de schiftingen. Er namen 29 landen deel.München 1972De Spelen van München in 1972 brachten de roeiwedstrijden op de baan van Oberschleissheim-Feldmoching met roeiers uit 35 landen. De enige Belgen roeiden in 2x met Dehombreux en Heyché (die de B-finale bereikten en negende werden op negentien deelnemers) en in 2+ met Paul De Weert en Wilfried Van Herck en stuurman Guy Defraigne (die niet door de schiftingen raakten).

Montréal 1976

De Spelen van 1976 te Montréal waren voor het Olympisch roeien innoverend. Niet zozeer omdat er op het Bassin Olympique van l'Ile Notre Dame (speciaal gegraven voor de Spelen waarbij het Belgisch paviljoen van de Wereldtentoonstelling 1967 werd afgebroken) voor het eerst acht disciplines bij de heren waren (de 4x kwam erbij) maar omdat er voor het eerst damesroeien was en dit meteen in zes disciplines (1x, 2x, 2-, 4x+, 4+ en 8+), zij het over 1.000 meter. Dit was zeker niet te vroeg want de FISA organiseerde reeds sinds 1954 Europese kampioenschappen in het damesroeien. Bij die dames geen Belgen, wel bij de heren in 1x, 2x en 4-. De selectie van de 4- had heel wat voeten in de aarde gehad. Een bikkelharde strijd was gevoerd tussen Sport Gent met Marc Oosterlinck, Noël Wijckhuyse, Guy Van Laere en Patrick Rombaut en ARV met Johan Ghoos, Paul De Weert, Bob Jordaens en Frank Dedecker. Uiteindelijk werd de homogene ploeg van ARV geselecteerd voor de Spelen door het Olympisch celhoofd van het Belgisch roeien, Bob Baetens (ook van ARV). De evidente keuze was nochtans een combinatieploeg geweest. Alle Belgen haalden de B-finale met voor de skiffeur (ten derde male Dehombreux) en de dubbeltwee (de Gents-Brugse combinatie Willems-Vermeersch) een twaalfde plaats en voor de 4- een tiende plaats. Er waren 31 deelnemende landen.

Moskou 1980

De Olympische Spelen van Moskou in 1980 leden onder de boycot van heel wat westerse landen, zodat het aantal deelnemende landen daalde tot 25. Het roeien vond plaats op de Krylatskoje roeibaan. Er werd geroeid in dezelfde disciplines als in Montréal. België boycotte de Spelen niet, maar vaardigde geen roeiers af. Nochthans zat de 4- van Sport Gent met Marc Oosterlinck, Guy Van Laere, Noël Wijckhuyse en Mark Verhoeyen reeds in 1979 in de pre-selektie voor de Spelen maar tijdens een trainingskamp in Banyolas haakte Mark Verhoeyen af en een vervanger werd niet meer gevonden.

Los Angeles 1984

De Spelen van 1984 te Los Angeles leden onder de boycot van de Oostbloklanden (behalve Roemenië, een sterk roeiland), waardoor er 29 deelnemende landen waren. De roeiwedstrijden vonden plaats op het meer van Casitas in de zelfde disciplines als in 1976 en 1980. De Belgen waren er bij de dames 1x, met Ann Haesebrouck die brons haalde, bij de heren in 2+ (de broers William en Guy Defraigne van Club Gent) die tiende werden, en de 2X (Pierre-Marie De Loof en Dirk Crois) die zilver haalden. De drie Belgische medaillewinnaars (de eersten in 32 jaar!) waren allen lid van de Brugse Trim en Roeivereniging (BTR), een vereniging die pas in 1976 was opgericht.

Seoul 1988

Op de Spelen van Seoul in 1988 was (bijna) iedereen weer present, zodat het aantal van 38 deelnemende landen werd bereikt. Er werd geroeid op de Han rivier. Bij de dames werd van nu af aan ook op 2.000 m. geroeid. Bovendoen werd de 4x+ vervangen door de 4x. Belgen waren er bij de dames 1x en 4x+ en de heren 1x en 2-. De skiffeuse was Rita Defauw van Sport Gent, die negende eindigde. Zonder de naweeën van een ongeval kort voor de Spelen had ze zeker de finale gehaald, wat blijkt uit de medailles die ze nadien op de wereldkampioenschappen haalde. De gestuurde dubbelvier dames (Bredael, Focqué, Haesebrouck en Vandermoere) haalde de A-finale en werd er zesde. Dirk Crois, nu skiffeur, geraakte niet door de schiftingen terwijl de 2- met Alain Lewuillon en Wim Van Belleghem (getraind door Guido Terryn) de A-finale haalde en met de vierde plaats net naast het brons greep.

Barcelona 1992

De Olympische Spelen van 1992 gingen door in Barcelona, met roeiwedstrijden op het Estany de Banyolas. Het recordaantal van 45 deelnemende landen werd bereikt. Eén wijziging in de disciplines: bij de dames werd de 4+ vervangen door de 4-. Vier Belgische teams aan de start. Bij de dames een dubbeltwee Govaert-Haesebrouck, die negende eindigde, en een skiff, die zilver haalde (met Annelies Bredael, aangesloten bij TRT Hazewinkel). Bij de heren een dubbelvier, die twaalfde werd, en een 2- Goiris-Van Driessche die de A-finale haalde en daarin vierde werd.

Atlanta 1996

De Olympische Spelen van Atlanta in 1996 lieten de roeiers aan het werk op het Lake Lanier, bijna 90 km van Atlanta verwijderd. Het aantal deelnemende landen was opnieuw 45. Belangrijke innovatie was het opnemen van het lichtgewichtroeien op de het Olympisch programma. Niet bepaald vroeg als men weet dat lichtgewichten reeds op de wereldkampioenschappen streden sinds 1974 (heren) en 1985 (dames). De wedstrijden voor lichtgewichten werden beperkt tot de 2x en de 4- bij de heren en de 2x bij de dames. Tezelfdertijd werd bij de heren de 2+ en de 4+ en bij de dames de 4- geschrapt, zodat het aantal disciplines op 14 bleef (8 heren en 6 dames). Er kwamen drie Belgische teams aan de start, die alle in de halve finale sneuvelden. Bij de heren werd de dubbeltwee Symoens-Hendrickx tiende, terwijl de ongestuurde twee Goiris-Van Driessche de B-finale won (zevende plaats). Bij de dames eindigde de skiffeuse Bredael achtste.

Sydney 2000

Tijdens de Olympische Spelen 2000 in Sydney was het roeien voorzien in het Regatta Centre te Penrith. De disciplines waren dezelfde als die van Atlanta. Ofschoon de FISA, in tegenstelling met andere sportbonden, strenge normen oplegde, waren er 51 deelnemende landen, een nieuw record, met meer dan 550 roeiers. De Belgische deelname was beperkt tot één ploeg, de 4x heren met Duchene, Hendrickx, Symoens en Goiris, die negende eindigde. Hét evenement was de vijfde gouden medaille op rij voor de Brit Steve Redgrave, waarvoor IOC-voorzitter Samaranch de 45km verplaatsing naar Penrith maakte om persoonlijk de medailles uit te reiken.

Athene 2004

Het tornooi werd gehouden op de nieuw aangelegde roeibaan van Schinias, nabij Marathon. Er werd gevreesd dat de felle wind de onbeschermde en in een kaal landschap gegraven baan dermate zou storen dat de wedstrijden in het gedrang kwamen. In 2003 was het WK juniors, dat als Olympische testregatta doorging, een catastrofe geworden. Gelukkig bleven de windproblemen beperkt tot één dag, waarbij het uurrooster van de herkansingen diende aangepast te worden. Tijdens de finaledagen waren de omstandigheden echter ideaal.

De FISA bleef vasthouden aan strenge selectiecriteria, maar desondanks bereikte het aantal deelnemende landen nogmaals een recordhoogte, namelijk 55, en dit uit alle continenten. Opmerkenswaardige gebeurtenis van deze Spelen was de vijfde gouden medaille voor de Roemeense Elisabeth Lipa die daarmee het exploot van Sir Steve Redgrave evenaarde.

De Belgische deelname was beperkt tot twee (heren)ploegen, uitsluitend met Brugse roeiers. Pas een tiental weken vooraf hadden ze hun selectie bekomen. Lange tijd was er voor gevreesd dat er géén Belgische deelname zou zijn. Voor het eerst nam er een Belgische lichtgewichtploeg deel en wel in dubbeltwee met Justin Gevaert en Wouter Vanderfraenen. Het objectief van minstens de B-finale te bereiken werd niet gehaald. Het eindresultaat was derde in de C-finale, hetzij vijftiende op 21 in totaal. Skiffeur Tim Maeyens (amper 23 jaar) bereikte onverhoopt de A-finale, waardoor voor het eerst sinds lang de roeisport ruime belangstelling wekte in de Vlaamse sportmedia. Hij eindigde op de zesde plaats in een finale die bezaaid was met roeiers die al ontelbare titels en medailles hadden gewonnen.

Peking 2008

De nieuw aangelegde roeibaan van Shunyi, op 36 km van Peking, bleef niet onbesproken. De bedoeling was het water te laten aanvoeren via een plaatselijke rivier, maar door droogte kon dat niet en moest men zich behelpen met drinkwater. De plaatselijke bevolking was daarvan de dupe. Het warme water zorgde bovendien voor al te veel wier.

Het aantal deelnemende landen bedroeg nu 60, een nieuw record. Opmerkenswaardige nieuwkomers waren Irak, Iran en Monaco. Australië was het enige land dat voor alle wedstrijden geselecteerd was. De Roemeense Georgeta Andrunache deed het huzarenstuk van Steven Redgrave (2000) en Elisabeth Lipa (2004) over en behaalde een vijfde gouden medaille.

België nam deel met twee herenploegen. Tim Maeyens (KRB) had reeds het jaar voordien de selectie in skiff behaald, maar er werd tot in mei 2008 getwijfeld om hem in dubbeltwee in te zetten. De selectie van de dubbeltwee, met uiteindelijk Christophe Raes en Bart Poelvoorde (beiden GRS), werd pas met de laatste wereldbekerwedstrijd afgedwongen. Raes en Poelvoorde bereikten vlot de halve finales. Daarin werden ze uitgeschakeld, maar in de B-finale werd overtuigend de tweede plaats in de wacht gesleept, hetzij een onverhoopte achtste plaats in de totaalstand. Tim Maeyens bereikte moeiteloos de A-finale van de skiff en werd daar auroritair vierde in een race waarbij alle tegenstanders 11 tot 21 kilo zwaarder waren. Opnieuw was het roeien een terecht prominent item in de Belgische olympische persverslaggeving.

Londen 2012

Londen is de enige stad die drie maal de Olympische Spelen herbergde, maar Henley was natuurlijk niet de plaats waar voor de derde maal geroeid werd. Dat was nu Dornley Laken in Eton, eigendom van het gelijknamige college, gelegen 30 km ten westen van Londen (niet zo ver van Henley). Niet speciaal aangelegd voor de Olympische Spelen (de bouw ervan begon reeds in 1996), maar wel een van de argumenten om de Spelen naar Londen te halen. Nochtans was er even sprake van toch elders een Olympische roeibaan te bouwen. De roeibaan zelf is prachtig, maar de orientatie in functie van de overheersende windrichting niet. Die orientatie kon niet anders omdat de aanleg gebeurde nabij een beschermd natuurgebied.

Het aantal deelnemende landen bedroeg 57, op Peking na het hoogste aantal. Er waren 550 atleten in 206 ploegen.

De Belgissche deeelname was beperkt tot één enkele atleet: Tim Maeyens. Door allerlei omstandigheden had hij zich pas in het voorjaar 2012 kunnen plaatsen zodat het er lang naar uit gezien had dat voor het eerst sinds 1980 er geen enkele Belgische roeier zou zijn. Tim Maeyens won overtuigend de schifting, vestigde zelfs een Olympisch record, en was ook zeer overtuigend in de kwartfinale. De halve finale werd een ontgoocheling: een sterke tegenwind maakte het onmogelijk de strijd tegen de veel zwaardere, grotere en dus sterkere tegenstanders te winnen. Het niet bereiken van de A-finale was nog niet verteerd toen twee dagen later de B-finale geroeid werd. Een twaalfde plaats in de totaalstand was het eindresultaat.

Rio de Janeiro 2016

Op de eerste Olympische Spelen in Zuid Amerika vonden de roeiwedstrijden plaats op het Lagoa Rodrigo de Freitas, landinwaarts onmiddellijk achter het fameuze Copacabana gelegen. Er waren deelnemers uit 69 landen, waarmee het record van 2008 werd verbeterd. In uitvoering van de IOC beslissing inzake de deelname van Rusland, werden 22 van de 28 ingeschreven Russen geweerd. Aldus waren er 548 atleten in 215 ploegen.

De Belgische deelname was opnieuw beperkt tot één deelnemer: Hannes Obreno (BTR). Hij had zich niet door resultaten in 2015 kunnen plaatsen, maar hij won ultiem het Europees kwalificatietornooi. Daarin slaagden ook de LM2X met Tim Brys (Club Gent) en Niels Van Zandweghe (BTR), maar de FISA-reglementering laat slechts één ploeg per geslacht per land toe die op die wijze geplaatst is. Het was aan de KBR om de keuze te maken. Niet leuk, maar logisch werd voor de skiffeur gekozen.

Hannes Obreno won zowel zijn reeks in de schiftingen als de in kwartfinale, telkens met groot gemak. In de halve finale werd hij derde, met miniem verschil op de tweede (een fotofinish gaf uitsluitsel). Aldus kon hij aantreden in de A-finale. De verwachting was dat de drie favorieten en de drie outsiders elk een onderlinge wedstrijd zouden hebben en dat was ook zo. Hannes Obreno, die veruit de jongste deelnemer was, behoorde tot de outsiders. Hij kwam nooit tussen in de strijd om de medailles, maar rukte mooi op van de zesde over de vijfde naar de vierde plaats.


Vermelden we tenslotte dat onze verenigingsvoorzitter Patrick Rombaut sinds Barcelona 1992 olympisch kamprechter is, sinds 2004 telkens als juryvoorzitter.

Balans voor België: er werd aan 24 olympiades deelgenomen, waarbij er 172 maal een roeier (waaronder 10 maal een dame) werd afgevaardigd, in 60 teams die zes maal zilver en twee maal brons haalden. dit met 136 verschillende atleten (waarvan 6 dames). Belgisch Olympisch roeigoud bestaat (nog) niet.

De Belgische roeiclubs

Ofschoon het aantal roeiverenigingen in België uiterst klein is (thans amper 27, waarvan sommige enkel een papieren bestaan leiden) is het niet eenvoudig een lijst op te stellen van alle roeiverenigingen die ooit bestaan hebben, gelet op de vele naamsveranderingen, fusies, afsplitsingen en herstichtingen. Dank zij ons rijk verenigingsarchief konden we, na veel gepuzzel, deze lijst opstellen.

Eerst een beetje uitleg.

De nog bestaande verenigingen zijn vermeld met hun actuele naam, de ontbonden met de meest gekende naam.

Volgende afkortingen worden gebruikt:

  • K = Koninklijke
  • KR = Koninklijke Roeivereniging
  • R = Royal
  • SR = Sociéte Royale

Gemakshalve wordt de plaatsnaam steeds in het Nederlands vermeld. Als de plaatsnaam geen deel uitmaakt van de verenigingsnaam wordt deze tussen haakjes geplaatst.

Het jaar van einde is ofwel het jaar van formele ontbinding ofwel het laatste jaar waarin een spoor teruggevonden is. Bij de nog actieve verenigingen is xx aangeduid.

Het kan gebeuren dat een vereniging jarenlang inactief was, maar als ze op papier bleef bestaan is er geen onderbreking aangeduid. Was er wel een formele herstichting dan wordt de vereniging twee maal vermeld.
Een * bij oprichting betekent gevolg van een fusie en een * bij einde betekend gevolgd door een fusie. Bij sommige studentenverenigingen en bij de (enige) militaire vereniging staat een ** bij oprichting wat betekent dat de datum van aansluiting bij de Bond vermeld wordt, ofschoon de vereniging voordien reeds actief was. Het teken *** bij einde wil zeggen dat de vereniging nog bestaat, maar niet meer aangesloten is.

De lijst bevat ook de stamnummers, wat geen gemakkelijke zaak was.

Vanaf 1904 gaf de Bond aan iedere club een numéro de course. De in 1904 nog bestaande verenigingen die in 1887 de Bond stichtten kregen de nummers 1 t/m 10 volgens alfabetische orde (waardoor Sport Gent het nummer 7 had). De acht verenigingen die tussen 1887 en 1904 opgericht waren kregen de nummers 11 t/m 18 in volgorde van aansluiting. Zij die na 1904 aansloten kregen de nummers 19 en volgende. Wanneer een club ontbonden werd kreeg de eerst volgende aansluitende club het vrij gekomen nummer.

Vanaf 1948 gebruikte men stamnummers, die in volgorde van stichting, ongeacht het jaar van aansluiting, aan de toen nog bestaande clubs werden toegekend. Sport Gent bekwam toen het nummer 12. Tot 1965 werden de nummers 19 t/m 25 veranderd na wegvallen van een vereniging. Zo had Hoei eerst 20 en dan 19, Triton 21 en 19, Beringen 22 en 21, Rubo 23 en 22, en ARV 25 en 23. Pas vanaf 1965 werden een eens toegekende nummer niet meer veranderd of hergebruikt. De stamnummers 1 t/m 18 en 26 t/m 46 zijn dus steeds aan de zelfde vereniging toegekend geweest. We vermelden de reeds lang in onbruik zijnde wedstrijdnummers niet en de stamnummers enkel zoals ze het laatst werden toegekend. Als dit nummer nadien aan een andere vereniging toekwam wordt het tussen haakjes vermeld.

De verenigingen zijn geografisch gegroepeerd.

Twee discussiepunten wezen nog aangestipt. Het geval Union Nautique Oostende (1902-1911) kan men interpreteren als een nieuwe vereniging die eerst afsplitst van en dan fusioneert met de oude vereniging (met name KRSNO), dan wel een (tijdelijke) naamverandering van de oude vereniging. We hebben geopteerd voor de tweede interpretatie. Vandaar dat die vereniging niet vermeld is op de lijst. Een andere vraag is of RARC-KAWV een nieuwe vereniging is door fusie in 1989 van RARC en KAWV dan wel of KAWV opgeslorpt werd door RARC. Vermits RARC-KAWV zelf het stichtingsjaar en het stamnummer van RARC gebruikt, kozen we de tweede interpretatie.

Nr Naam Oprichting Einde
Brussel    
3 R Sport Nautique Brussel 1865 xx
8SR Union Nautique Brussel 1874 xx
10 SR Cercle des Régates Brussel 1878 xx
-- Rowing Club Brussel 1898 1906
16 Sport Nautique Universitaire Brussel 1909 xx
-- Sporting Club de l'Adminstration Communale Brussel 1938 1946
24 Veteran Scullers and Oarsmen of Belgium (Brussel) 1960 1982
34 Watersport Universiteit Brussel 1977 1984
35 Association Sportive des écoles de ville Brussel 1977 1987
40 Akhenaton Roei-School (Brussel) 1997 xx
Vlaams-Brabant    
9 Roeivereniging Nautilus Vilvoorde 1875 xx
-- Cercle de l'Aviron et de la Voile Vilvoorde 1910 1914
-- Club Nautique Leuven 1877 1892
-- Boating Club Leuven 1879 vóór 1887
-- Sport Nautique Leuven (1) 1903 1912
-- Sport Nautique Leuven (2) 1920 1933
14 Union Nauitique Universitaire Leuven 1908 1975
(19) Club Nautique Halle 1932 1949
--Rowing & Swimming Club Halle 1932 1940
Antwerpen    
--Nationale Regatta Antwerpen 1858 1878*
--Union Club Antwerpen 1861 1878*
--Sport Antwerpen 1876 1878*
11 R Sport Nautique Antwerpen 1878* 1989*
-- R Yacht Club de Belgique (Antwerpen) 1890 1933
17 R Antwerp Rowing Club – K Antwerpse Watersport Ver. 1910 xx
23 Antwerpse Roeivereniging 1945 xx
41 Roei-Indoor 'The Finish' (Antwerpen) 2001 2006
--Sport Nautique Mechelen (1) 1887 1898
18 Sport Nautique Mechelen (2) 1930 1950
22 Rupelboekaniers (Niel) 1945 1957
31 Roeivereniging Rupel (Willebroek) 1971 1981
36 TRT Hazewinkel (Willebroek) 1978 xx
Limburg    
21 Beringen Rowing Club 1941 kort na 1962
(24) Hasselt Yachting Club 1952 1962
Oost-Vlaanderen    
-- Sociéte des Régates Gent 1846 na 1865
5 KR Club Gent 1871 xx
12 KR Sport Gent 1883 xx
--Régates Gantoises (1) 1885 1894
--Régates Gantoises (2) 1906 1914
--Rowing Club Gent 1890 1894
25 Gentse Roei- en Sportvereniging 1965 xx
29 Gentse Universitaire Sportbond 1969** 1976
37 Vereniging Veteranen Roeiers (Gent) 1979 xx
42Studentenroeien Gent 2005 xx
--Sport Nautique Aalst 1880 vóór 1887
--Club Nautique Dendermonde 1887 1893
--Roeivereniging 'Water en Wind' Lokeren 1888 1893
19 Roeiclub 'Triton' Geraardsbergen 1938 1975
West-Vlaanderen    
6 K Roei- en Nautische Sport Oostende 1871 xx
20 Federale Bondsploeg Zeemacht (Oostende) 1956** 1973
4 KR Brugge 1869 xx
-- Rowing Club Brugge 1913 1914
33 Brugse Trimm- en Roeiclub 1976 xx
39 Canal (Roeselare) 1987 1992
--Sport Nautique Kortrijk (1) 1883 1893
--Sport Nautique Kortrijk (2) 1904 1906
--Rowing Club Menen 1887 1893
26 Ieperse Roei- en Watersportvereniging 1965 1983
Henegouwen    
--Cercle des Régates Saint-Ghislain 1890 1894
--Cercle Nautique Mons 1878 1921
(25) Cercle des Sports de la Faculté Polytechnique Mons 1956 1962
--Sport-Club Doornik vóór 1881 kort na 1891
15 R Club Nautique Doornik 1908 xx
28 Sport Nautique Equitisme Football (Seneffe) 1969 1974
32 Club d'Aviron 'les 3 Y' (Seneffe) 1973 xx
30 Association Culturelle et Sportive Manage 1970 1988
Namen    
2 R Club NautiqueSambre et Meuse (Namen) 1862 xx
38 Club Nautique Namurois d'Aviron 1986 1997
13 R Cercle Nautique Dinant 1899 xx
--Anseremme Rowing Club 1877 vóór 1887
Luik    
1 R Sport Nautique de la Meuse (Luik) 1860 xx
7 SR Union Nautique Luik 1873 xx
27 R Cercle Athlétisme des Etudiants Luik 1966** xx
--Sport Nautique Seraing 1899 1900
--Cercle Nautique Ougrée 1908 1914
--Cercle Nautique Wallonia (Herstal) 1929 1933
--Club Nautique Spa 1891 1914
--Cercle Nautique de la Basse-Meuse (Visé) 1891 1898
(19) Sport Nautique Hoei    

Enkele vaststellingen:

  • er hebben 75 roeiverenigingen bestaan (waarbij de vier die ontbonden en nadien hersticht werden één maal geteld werden)
  • daarvan 44 Vlaamse, 21 Waalse en 10 Brusselse. In Waals-Brabant en Luxemburg is er nooit een roeivereniging geweest. Nu zijn er geen meer in Limburg.
  • in 33 verschillende steden hebben er ooit roeiverenigingen bestaan - nu zijn er nog op amper 12 plaatsen roeiverenigingen
  • 6 verenigingen waren reeds vóór de stichting van de Roeibond in 1887 ontbonden of gefusioneerd
  • 36 verenigingen waren vóór 1900 opgericht, waarvan er 12 nu nog bestaan
  • tussen 1900 en de eerste wereldoorlog werden er nog 8 opgericht, waarvan er nu nog 3 bestaan
  • in het interbellum waren er slechts 6 nieuwe verenigingen die alle inmiddels ontbonden zijn
  • 25 verenigingen dateren van na 1940, waarvan er nog 10 bestaan. Van 1940 tot 1965 waren er 7 nieuwe verenigingen, tussen 1965 en 1980 liefst 13 en na 1980 nog 5
  • er zijn 42 stamnummers terwijl 46 verenigingen er een gehad hebben
174_001.jpg